Is een specialisatie van drie jaar na de opkeiding fysiotherapie. Onze geregistreerde
kinderfysio-therapeuten werken met kinderen van 0 t/m 16 jaar.
Meest voorkomende aandoeningen bij baby’s zijn:
- Voorkeurshouding, éénzijdig bewegen, K.I.S.S.
- Motorische ontwikkelingsachterstand door bijv. te lage of te hoge spierspanning
(overstrek-ken)
- Huilbaby
- Aandoeningen zoals Erbse parese, spina bifida, Down-syndroom enzovoorts
Meest voorkomende aandoeningen bij peuters zijn:
- Motorische ontwikkelingsachterstand (bijv. één-zijdig bewegen, billenschuiven, te
lage of te hoge spierspanning en dergelijke)
- Bewegingsangst
- Loopstoornissen, bij tenenlopers
- Aangeboren of verworven aandoeningen (hart/ long-aandoeningen, spasticiteit, reuma
en der-gelijke)
Meest voorkomende aandoeningen bij oudere kind zijn:
- Grof- of fijn motorische achterstand (ook bij ADHD / DCD / PDD nos)
- Motorisch houterig of onhandig
- Vaak vallen of ergens tegen aan lopen
- Problemen met stilzitten, concentreren
- Schrijfproblemen
- Reken en taalproblemen op basis van motorische of ruimtelijke oriëntatieproblemen
- Slechte houding of conditieproblemen
- Aangeboren of verworven aandoeningen

Deze problemen worden in onze praktijk indien nodig multidisciplinair aangepakt.
Hierbij te denken aan kindermanueeltherapeut, long-, sportfysiothera-peut, leerkracht,
logopedist, orthopedagoog of kin-derpsycholoog, ergo- of spel-therapeut, optometrist,
podoloog en dergelijke.



Wanneer het kind is doorverwezen naar de kinder-fysiotherapeut vindt een intake plaats
om duidelijk-heid te krijgen over de hulpvraag en gaat de kinder-fysiotherapeut het
kind observeren en onderzoeken om een zo compleet mogelijk beeld van de moto-rische
mogelijkheden en het motorische niveau van het kind te krijgen. Hiervoor wordt gebruik
gemaakt van observatielijsten en gestandaardiseerde tests.
De kinderfysiotherapeut
houdt rekening met leeftijd, aandoening, ontwikkelingsfase en omgevingsfac-toren,
die het bewegingsgedrag beïnvloeden.
Om een zo compleet mogelijk beeld van de moto-rische
vaardigheden te krijgen, wordt vaak informatie ingewonnen bij ouders, school, verwijzer
en even-tueel andere bij het kind betrokkenen.
De kinderfysiotherapeut bespreekt de
bevindingen van de observatie en het onderzoek met de ouders/ verzorgers en eventueel
met de verwijzer en stelt zonodig een behandelplan op, waar binnen de behan-deldoelen
en evaluatiemomenten in onderling over-leg worden aangegeven. Over de uitkomst van
het onderzoek en het verloop van de eventuele behan-deling wordt schriftelijk verslag
uitgebracht aan de verwijzer.


Telefysiek is een nieuwe zorgdienst, waarmee extra mogelijkheden voor de zorg ontstaan.
Door andere deskun-digen in universiteiten en dergelijke bij de hulpverlening te
betrekken, wordt de zorg voor de patiënt verbeterd.